Grafiek

Zeefdruk (doordruk)
Een stuk fijn geweven polyester gaas wordt strak in een raam gespannen, het zeefdrukraam. Delen van het gaas worden afgedekt. Met een rubberen strip gevat in een houten of metalen handvat wordt inkt door de open gedeeltes van het gaas getrokken (gedrukt). Waar het gaas open is gebleven dringt de inkt erdoorheen op het papier. Mits goed gedrukt zijn alle afdrukken hetzelfde.

Grafiek (graveerkunst, prentkunst)
Sinds 1850 toen men grafische kunst van de fotografie wilde afbakenen, een vorm van beeldende kunst waarbij de kunstenaar gebruik maakt van allerlei druktechnieken. De afbeeldingen die op deze manier worden gemaakt noemt men grafiek. Ofschoon er nog steeds kunstenaars zijn die zelf drukken, huren ze vaak specialisten in.
Het gebruik van deze grafische technieken door een kunstenaar kan verschillende redenen hebben, bijvoorbeeld:

  • dat er meerdere afnemers mogelijk zijn van de gemaakte kunst
  • dat grafiek goedkoper is voor de afnemer
  • dat de kunstenaar zich in dit medium optimaal kan uitdrukken.

EA (épreuve d’artiste) / AP (artist proof)
Deze afkortingen worden gebruikt om de exemplaren aan te duiden die bovenop de geplande oplage gedrukt worden. Ze verschillen in geen enkel opzicht van de andere genummerde exemplaren. In principe zijn ze voor de kunstenaar of de drukker zelf bestemd en vormen ze vaak een deel van het honorarium. Ze kunnen uiteraard ook in de handel worden gebracht. Sommige verzamelaars hechten meer (emotionele) waarde aan de EA en AP omdat men ervan uitgaat dat ze uit de handen van de meester zelf komen.

HC (hors commerce)
Deze exemplaren zijn dus eigenlijk ook niet voor de handel bestemd, maar raken er vaak toch in verzeild.
Al deze exemplaren, of het nu om EA, AP of HC gaat, zijn in principe niet beter of slechter dan de exemplaren van de reguliere oplage.